Interview met Arjan Schalken

Vrije Universiteit

Over Arjan Schalken

Arjan Schalken is adjunct-directeur van de Vrije Universiteit.

Open leermaterialen op ieders netvlies krijgen is teamwork

Binnen de Vrije Universiteit brengt een team van experts open leermaterialen op alle mogelijke manieren op de radar. Adjunct-directeur Arjan Schalken van Vrije Universiteit (VU) vertelt hoe de universiteitsbibliotheek daarin een belangrijke rol speelt.

In 2019 stelt de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam het instellingsplan voor 2020-2025 vast. Het moet gek lopen, willen open leermaterialen en open science daarin geen expliciete plaats innemen. Dat is onder andere te danken aan de directie van de Universiteitsbibliotheek (UB) van de VU. Adjunct-directeur Arjan Schalken lepelt moeiteloos een rijtje voorbeelden op van strategische gremia waarin ze het onderwerp 'open' binnen de VU positioneren. "Is er een directeuren-bijeenkomst over onderwijskwaliteit, dan benoemt Hilde van Wijngaarden, de directeur van de UB, daar specifiek het belang van digitale en open leermaterialen. Zelf heb ik een notitie geschreven voor decanen over open access. Dat leverde het verzoek op voor een notitie over auteursrecht in onderwijsmateriaal, een belangrijk onderwerp voor open leermaterialen. En als er een nieuw onderwijsinitiatief ontstaat, zoals community service learning, dan ga ik met de initiatiefnemers praten: als je echt leermaterialen ontwikkelt, overweeg eens om die open te maken. Het zijn maar een paar voorbeelden van de inspanningen vanuit de UB om open leermaterialen op ieders netvlies te krijgen.

Op den duur ontstaat zowel vanuit de onderwijsvisie als de dagelijkse praktijk behoefte aan goede randvoorwaarden. Beleid is daar eentje van, net als goede infrastructuur, waardering en ondersteuning. Het wordt iets dat docenten helpt, in plaats van dat het van bovenaf over ze heen wordt gegooid.

Beleid als randvoorwaarde

Volgens Schalken is het essentieel om op het juiste moment beleid te ontwikkelen. "Beleid maken is geen startpunt om met dit onderwerp aan de slag te gaan. We kijken naar de bijdrage die open en digitale leermiddelen kan leveren in de onderwijsvisie. Ook helpen we docenten die aan de slag willen met open leermaterialen. Op dat moment ontstaat er zowel vanuit de onderwijsvisie als de dagelijkse praktijk behoefte aan goede randvoorwaarden. Beleid is daar eentje van, net als goede infrastructuur, waardering en ondersteuning. Het wordt iets dat docenten helpt, in plaats van dat het van bovenaf over ze heen wordt gegooid."

Er zijn altijd meerdere mensen die vanuit verschillende invalshoeken iets kunnen zeggen over het onderwerp open en digitale leermaterialen. We werken nauw samen. Dat is zeker een kracht.

Samenwerken vanuit verschillende invalshoeken

Het helpt dat het onderwerp niet door een one man band binnen de grote organisatie wordt verspreid, maar door een team van experts uit meerdere diensten. "Er zijn altijd meerdere mensen die vanuit verschillende invalshoeken iets kunnen zeggen over het onderwerp open en digitale leermaterialen," zegt Schalken. "Of het nu gaat om de meerwaarde voor studiesucces, de manier waarop docenten kunnen worden ondersteund, eisen aan infrastructuur of de link met ontwikkelingen rond open science. We werken nauw samen. Dat is zeker een kracht. Daarmee voorkom je ook dat het een ‘UB-ding’ wordt."

Binnen de VU wordt steeds nauwer samengewerkt op het gebied van onderwijsvernieuwing. Zo vindt er eens in de twee weken een onderwijscafé plaats in het ‘library lab’, waarin ook het gebruik van open en digitale leermiddelen aan bod komt. De UB is een van de partijen die het onderwijscafé organiseert. "Het past goed bij ons om dit soort open community's te ondersteunen," zegt Schalken. "Volgend jaar wordt het onderwijscafé-concept doorontwikkeld, zodat er een permanente plek ontstaat waar docenten, studenten en onderwijsexperts elkaar kunnen ontmoeten om kennis te delen, samen te werken en te experimenteren."

Koppeling aan open science

Voor de VU is het vanzelfsprekend om ontwikkelingen rondom open leermaterialen te koppelen aan activiteiten op het gebied van open science, een onderwerp waar de universiteit al wat langer aandacht aan besteed. Schalken: "Onderwijs en onderzoek komen sowieso dichter bij elkaar. Het is interessant om onderzoeksoutput in het onderwijs te gebruiken. Deels heeft dat te maken met de readerregelingen; je wil zo weinig mogelijk kosten hebben aan de Stichting Pro, die hogeronderwijsinstellingen belast voor het opnemen van auteursrechtelijke werken in readers, de digitale leeromgeving et cetera. Maar studenten vinden het ook fijner om met werkelijke, open data te werken dan met een dataset die door een docent is bedacht."

Hij ziet met name veel overeenkomsten met de discussie rondom FAIR data. In het wetenschappelijk onderzoek zijn onderzoeksresultaten pas verifieerbaar als de onderliggende data beschikbaar en herbruikbaar zijn. Datamanagement is een relatief nieuw fenomeen voor onderzoekers; van oudsher stelden ze alleen het eindproduct ter beschikking aan de buitenwereld.

De vraag naar incentives is dan ook een eerste overeenkomst tussen open leermaterialen en FAIR data. Wat zet docenten en onderzoekers aan tot delen? Ook vindbaarheid is een aandachtspunt voor zowel datasets als open leermaterialen. Maar de belangrijkste overeenkomst is dat data en leermaterialen veel dichter bij het primaire proces liggen dan bijvoorbeeld een artikel. Schalken: "Een artikel is een 'af' product, dat verschijnt als publicatie met als doel om te delen. Data wordt niet met dat doel gemaakt, net zo min als leermaterialen. Alleen de docent of de onderzoeker kent de context. Delen is dan vaak niet vanzelfsprekend; wellicht dat anderen niet snappen wat het is en niet kunnen beoordelen of het goed genoeg is."

Leren van de discussie over FAIR data

Wat kunnen we dan leren van FAIR data? Bijvoorbeeld dat er meer mogelijkheden zijn dan 'open' en 'gesloten'. "FAIR data gaat over findable, accessible, interoperable en reusable data, ofwel over kenmerken van de data die maken dat je ze kan hergebruiken. Als we willen dat leermaterialen open zijn, moet je eveneens zeker weten dat je ze kan vinden, dat je erbij kunt en dat het herbruikbaar is. De kenmerken voor bruikbaarheid zijn grotendeels hetzelfde."

Schalken zou graag zien dat er op landelijke niveau expliciete uitspraken worden gedaan over open leermaterialen.

Plannen en uitdagingen voor de nabije toekomst

De uitdaging voor de VU zit erin om van kleinschalige innovatieprojecten rondom open leermaterialen op te schalen naar een breder curriculum. "Belangrijk, maar tamelijk ongrijpbaar, is cultuur daarbij. Hoe kom je tot een cultuur van delen en samenwerken? Samen content maken en op elkaars werk vertrouwen? Dat kun je niet puur vanuit het onderwijs of het onderzoek aanpakken. Het gaat vaak om een cultuur binnen een vakgroep, of zelfs binnen de instelling."

Veel zal afhangen van het instellingsplan 2020-2025. "Daar zou ik graag concrete ambities in willen terugzien, die als kapstok kunnen dienen om als VU een keuze te maken richting digitaal en open. Daarnaast zou ik het mooi vinden als we via de zone Naar digitale (open) leermiddelen van het landelijke Versnellingsplan onderwijsinnovatie met ICT, waaraan de VU ook deelneemt, een paar goede gezamenlijke projecten kunnen neerzetten. Zo vergroten we de slagkracht rond dit onderwerp."