Interview met Marloes van den Broek

Fontys Hogeschool

Over Marloes van den Broek

Marloes van den Broek is docent verpleegkunde bij Fontys Hogeschool en projectlid van het project 'samen hbo-v'.

Liever kort en praktisch dan een te uitgebreid kwaliteitsmodel

Binnen de opleidingen hbo verpleegkunde loopt een initiatief om leermaterialen voor de opleiding open beschikbaar te maken. Het ontwikkelen van een kwaliteitsmodel voor het leermateriaal maakt daarvan onderdeel uit. Het initiatief is gestart met vijf instellingen binnen een boegbeeldregeling van het Ministerie van OCW. Vanuit de Stimuleringsregeling Open en Online onderwijs krijgen ze de mogelijkheid uit te breiden naar alle hbo verpleegkunde-opleidingen in Nederland.

"Wanneer je als docent op zoek gaat naar leermaterialen op een online platform, dan wil je niet bij wijze van spreken vijftig materialen doorbladeren op zoek naar iets bruikbaar," zegt Marloes van den Broek, docent verpleegkunde bij Fontys Hogeschool en projectlid van het project 'samen hbo-v'. Dit project is de opvolger van het boegbeeldproject, waarin het Landelijk Overleg Opleidingen Verpleegkunde (LOOV) samenwerkte met vijf hbo-instellingen (Hogescholen Fontys, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Hogeschool Rotterdam, Saxion en Hogeschool Zuyd) aan het beschikbaar maken van open leermaterialen voor thema's binnen de opleiding hbo verpleegkunde. Deze vakcommunity bouwt samen een collectie op Wikiwijs op, bedoeld voor alle zeventien hbo verpleegkunde-opleidingen.

Het kwaliteitsmodel dat in het kader van het project werd ontwikkeld, is een hulpmiddel voor docenten om eigen leermateriaal te checken voordat ze het delen. Ook bestaand materiaal wordt langs het model gelegd. Twee keurmeesters gebruiken het model om materiaal dat wordt gedeeld tegen het licht te houden en van een keurmerk te voorzien. Dat wil niet zeggen dat materiaal zonder het keurmerk níet goed is, benadrukt Van de Broek. "Soms delen docenten een video, of een losse afbeelding. Dat past niet binnen de eisen van het model, maar het kan natuurlijk wel een nuttige bijdrage zijn."

Iedere instelling heeft een eigen taal

Hoe is het kwaliteitsmodel tot stand gekomen? Uit de projectgroep, bestaand uit leden uit de vijf deelnemende instellingen, gingen drie afgevaardigden aan de slag met het opstellen van een eerste versie. Zij baseerden zich op een generiek minimaal kwaliteitsmodel, afkomstig uit het onderzoek Kwaliteit van open leermaterialen van Robert Schuwer uit 2013. Schuwer werkte als adviseur aan het project mee. Het framework voor het kwaliteitsmodel werd gepresenteerd aan de projectgroep. Van den Broek was een van de projectgroepleden die de conceptversie gingen testen. Dat deed ze door het model naast bestaand leermateriaal te houden, om te bekijken hoe bruikbaar het model in de praktijk was. Ze vertelt: "Iedere hogeschool heeft een eigen taal en eigen terminologie. In het begin was het zoeken: wat bedoelen we precies met bepaalde criteria?"

Uit de eerste test bleek dat sommige criteria eigenlijk samengevoegde criteria waren. Dat maakt het moeilijk om een score te bepalen. Andere criteria ontbraken. De lijst criteria groeide en groeide. "Je kunt heel veel mooie criteria opstellen, maar zo'n enorme lijst schrikt ook af," zegt Van den Broek. "We moesten er dus nog eens kritisch naar kijken: wat moet er echt in?"

Onze doelgroep heeft een sterke voorkeur voor kort en praktisch. We hebben nu een checklist uitgebracht met een verkorte versie van de eisen. Wil je meer weten, dan kun je in de uitgebreidere versie terecht.

Van lange eisenlijst naar korte checklist

Er werd besloten om een onderscheid te maken tussen must haves en nice to haves, ofwel eisen en wensen. De vijf instellingen die deelnamen aan het oorspronkelijke Boegbeeldproject legden de tweede versie van het kwaliteitsmodel voor aan hun docenten. Nadat de feedback was verwerkt, werd het model in gebruik genomen door de vijf instellingen.

Onlangs vond een derde revisieronde plaats, waarbij het kwaliteitsmodel werd voorgelegd aan de projectleden van samen hbo-v. Ditmaal kwam de feedback dus van alle zeventien instellingen die een hbo-opleiding verpleegkunde aanbieden. De voornaamste kritiek: het kwaliteitsmodel was nog steeds te lang. Van den Broek: "Docenten gebruiken het model om hun eigen leermaterialen te checken voordat het langs de keurmeesters gaat. Deze doelgroep heeft een sterke voorkeur voor kort en praktisch. We hebben nu een checklist uitgebracht met een verkorte versie van de eisen. Wil je meer weten, dan kun je in de uitgebreidere versie terecht. Ook hebben het kwaliteitsmodel gebruiksvriendelijker gemaakt en hebben we een aantal eisen veranderd in wensen. Docent-instructies zijn bijvoorbeeld soms wel en soms helemaal niet bruikbaar. Over dat soort zaken voeren we veel discussies."

Keurmeesters

Tijdens het project bleek dat niet iedere docent alle expertise bezit om op alle fronten leermaterialen te beoordelen. Met name copyright is een struikelblok, maar ook van licenties heeft niet elke docent voldoende kennis. Het projectteam raadt de instellingen daarom aan om docenten te laten samenwerken met experts uit de bibliotheek of mediatheek. Alle leermaterialen worden gecontroleerd door de twee keurmeesters. Zij zijn informatiedeskundigen, afkomstig van de bibliotheken van de HAN en Fontys. Op de inhoudelijke criteria in het model kunnen zij het materiaal niet checken (het bleek te lastig om mensen te vinden die zowel inhoudelijk expert zijn als expert op het gebied van informatiekunde). Docenten worden daarom geacht om hun leermateriaal eerst zelf langs het kwaliteitsmodel te houden. De keurmeesters controleren vervolgens aspecten als taalgebruik, licenties en bronvermeldingen. Ook de eis om te verwijzen naar het competentiemodel van verpleegkunde wordt door hen gecontroleerd. Wanneer leermateriaal niet aan alle eisen voldoet, laat de keurmeester dat aan de auteur van het materiaal weten. Het is dan aan de auteur om te bepalen wat er met het leermateriaal gebeurt: aanpassen, ongewijzigd laten of verwijderen.

"Stel dat er inhoudelijk een aantal dingen niet kloppen, dan kan dat via feedback op Wikiwijs worden teruggeven en op het communityplatform besproken," zegt Van den Broek. "We vertrouwen op de professionaliteit van docenten."

Behalve het breed bekend maken, moet je de doelgroep ook persoonlijk benaderen. Geef extra uitleg, benadruk het belang van het model. Probeer mensen waar mogelijk verantwoordelijk te maken voor de verspreiding van het kwaliteitsmodel. Benader bijvoorbeeld productbeheerders van een vak of een leerlijn. Via hen kun je de vakgroepen te bereiken.

Promotiemiddelen delen

Onderwijs verandert en dus zal het kwaliteitsmodel regelmatig worden aangepast. De zeventien instellingen nemen het model momenteel in gebruik. Jaarlijks vindt er een evaluatie plaats. Promotie van het kwaliteitsmodel vindt plaats binnen de bestaande communicatiekanalen van de deelnemende instellingen: nieuwsbrieven, nieuwsberichten, maar ook via het LOOV. De projectgroep adviseert de instellingen om workshops te organiseren voor docenten, in samenwerking met de mediatheken. Indien gewenst scholen de keurmeesters de mediatheekmedewerkers. Binnen de community worden promotiemiddelen, zoals nieuwsberichten, workshops en het model, zo veel mogelijk gedeeld. "Behalve het breed bekend maken, moet je de doelgroep ook persoonlijk benaderen," raadt Van den Broek aan. "Geef mensen extra uitleg, benadruk het belang van het model. Probeer mensen waar mogelijk verantwoordelijk te maken voor de verspreiding van het kwaliteitsmodel. Benader bijvoorbeeld productbeheerders van een vak of een leerlijn. Via hen kun je de vakgroepen bereiken."

Van al het open leermateriaal naar ál het leermateriaal

De projectgroep heeft een cyclus ingericht voor evaluatie van het model. Na iedere herziening volgt een terugkoppeling van wat met de feedback is gedaan. De reacties op het kwaliteitsmodel zijn goed. "Iedereen ziet het belang in van het gebruik van een kwaliteitsmodel bij het maken van nieuw materiaal," zegt Van den Broek. "Het voornaamste spanningsveld is dat zaken als een juiste bronvermelding veel tijd kosten, ook al vinden docenten tegelijk dat we hierin een rolmodel moeten zijn." Wat mogelijk bijdraagt aan de brede adoptie van het model binnen Fontys, is dat de leerplancommissie die gaat over het curriculum wil dat het kwaliteitsmodel gaat gelden voor àl het lesmateriaal dat docenten verpleegkunde ontwikkelen. Het is zowel een opsteker als een logische gedachte. "Eigenlijk wil je natuurlijk dat al het materiaal goed is, niet alleen datgene dat je open deelt," zegt Van den Broek.