Navigatie

Bepaal scope, doel, doelgroep en eigenaar van de vakvocabulaire

Je begint met het bepalen van de scope. De scope van de vakvocabulaire voldoet in ieder geval aan de volgende kenmerken:

  1. De vakvocabulaire wordt opgesteld voor een vakgebied.
  2. De vakvocabulaire wordt geformuleerd op basis van competenties of op basis van een vakinhoud. Het opleidingsprofiel waarin de competenties zijn opgenomen moet veel draagvlak hebben binnen het vakgebied, stabiel zijn en liefst gekwalificeerd zijn door een kwaliteitsregister (zoals het Kwaliteitsregister V&V voor verpleegkunde).
  3. De vakvocabulaire wordt gebruikt in een specifiek te benoemen context. Die context kan variëren van instellingsoverstijgend binnen het Nederlandse hoger onderwijs tot een wereldwijd opererende beroepsvereniging.

Heb je de scope vastgesteld? Dan kun je het doel en de doelgroep van de vakvocabulaire bepalen. Het doel van de vakvocabulaire is bijvoorbeeld: zorgen dat open leermaterialen van de vakcommunity goed vindbaar zijn. Is dit het doel, dan is het belangrijk om na te gaan hoe anderen deze materialen willen vinden. Wat is voor hen een logische manier om te zoeken?

Bijvoorbeeld: bij de opleiding Verpleegkunde is het mogelijk om de leermaterialen te ontsluiten door toekenning van informatie over CanMEDS-rollen. Dit zijn onderdelen van de opleiding in 7 hoofdgebieden, zoals “zorgverlener”, “communicator” en “samenwerkingspartner”. Via een structuur die bekend is bij alle docenten kunnen zij het materiaal op basis van deze structuur snel en eenvoudig terugvinden. Een docent verzorgt onderwijs op een of meerdere CanMEDS-rollen.

De doelgroep van dit specifieke voorbeeld is: alle docenten Verpleegkunde van de 17 Nederlandse hbo-instellingen die verpleegkunde-onderwijs verzorgen.

Voor het opstellen en bijhouden van een vakvocabulaire is zowel een inhoudelijke eigenaar als een technische beheerder nodig. De inhoudelijke eigenaar is verantwoordelijk voor het beheer van de vakvocabulaire, zodat het up-to-date blijft. Deze persoon of dit team volgt ontwikkelingen binnen het vakgebied en organiseert de jaarlijkse evaluatie en revisie van de vakvocabulaire. Bepaal in deze eerste stap wie de inhoudelijke eigenaar wordt van de vakvocabulaire.

SURF treedt op als technisch beheerder, in samenwerking met Kennisnet en Edustandaard. Wijzigingen in de vakvocabulaire worden door de inhoudelijke eigenaar doorgegeven aan SURF, dat de technische verwerking vervolgens regelt met Kennisnet.

Aandachtspunten

  • Begin met een duidelijk beeld van de gebruiker. Wie gaat er straks zoeken met behulp van de vakvocabulaire?
  • Schat vooraf in, of controleer, hoe geaccepteerd het vocabulaire is binnen het vakgebied. Een vakvocabulaire is nooit voor de eeuwigheid en er zullen altijd aanpassingen nodig zijn, maar het is belangrijk dat er minimaal een aantal jaar mee kan worden gewerkt. Het heeft dan ook weinig zin om een gedetailleerd vakvocabulaire te maken voor dynamische domeinen, zoals informatica.
  • Bedenk vooraf wat het doel is van het vocabulaire. Hoe groot wordt het aantal leermaterialen in de toekomst? Een heel gedetailleerde structuur is misschien niet passend voor een collectie die hooguit enkele honderden stukken leermateriaal bevat. Eventueel kun je beginnen met een vocabulaire van de toplaag en meer de diepte ingaan als de collectie later meer digitale leermaterialen bevat. Of kies ervoor om detailgegevens wel toe te kennen als metadata bij het invoeren van de materialen, maar pas op een later tijdstip zichtbaar te maken in de zoekinterface, als de collectie is uitgebreid. Het voordeel daarvan is dat de materialen niet met terugwerkende kracht van meer informatie hoeven te worden voorzien.